• Watermeloen

  • Watermeloen

De watermeloen is een typisch zomerfruit; in een warme zomer is ze koud het lekkerst: sappig, knapperig en zoet van smaak.

Ondanks wat de naam doet vermoeden is de watermeloen geen familie van de meloen.

Watermeloenenrassen heb je in veel vormen en afmetingen. S

telregel is: hoe groter de vrucht hoe langer de teelt maar vooral hoe warmer het zomerseizoen moet zijn. In onze contreien kom je dus veel beter weg met de kleinere variëteiten.

Watermeloenen houden van een vochtvasthoudende grond (een watermeloen bestaat tenslotte voor meer dan 90% uit water). Let wel op want een doornatte grond geeft een grotere kans op schimmelziekten en rottende wortels.

Een goede hoeveelheid compost onderspitten helpt de grond te verluchtigen. Geef geen te grote hoeveelheden meststof: de plant zal te vegetatief worden (veel bladmassa maar geen vruchten). Wat koemestkorrels is vaak voldoende, en een handje patentkali kan zorgen voor een goede vruchtzetting, een lekkere smaak en een goede houdbaarheid.

Alhoewel je de plant van een watermeloen kunt laten klimmen is het vanwege de zwaardere vruchten interessanter om hem gewoon te laten ‘kruipen'.

Ook bij de watermeloen zijn de vrouwelijke en mannelijke bloemen goed te herkennen; net als bij meloenen, pompoenen en komkommers hebben de vrouwelijke bloempjes achter hun bloem al een klein vruchtje, in dit geval eentje van ongeveer 1 tot 2centimeter groot. Bij de mannelijke bloemen staat de bloem op een smal steeltje.

Watermeloenen zijn nog meer warmteminnend dan gewone meloenen. In een hobbyserre lukt het gewoonlijk wel maar vollegronds wordt het wel wat moeilijker. Je zal het warmste en zonnigste plekje in je tuin moeten gebruiken en hopen op een mooie zomer.

In de serre wil het bestuiven al eens wat moeilijker gaan, vanwege te weinig insecten in de kas. Bestuif dan met de hand - 's morgens met een wattenstaafje eerst langs de mannelijke en dan langs de vrouwelijke bloemen - en laat in de zomer,indien mogelijk, overdag en 's avonds de deur van de kas open staan zodat insecten vrij naar binnen kunnen vliegen.

Watermeloenen hoef je niet te snoeien: ze maakt niet zo'n grote plant als de meeste gewone meloenen. Geef water bij de wortels en niet op het blad (om schimmelziekten te voorkomen). Giet voldoende maar niet te veel en zorg dat het teveel aan water weg kan. Het kan ook handig zijn, als de grond nog koud is, om het water eerst iets te verwarmen tot het lauw (uiteraard niet warm!) is voor je het geeft.

De ramen open zetten in kas en platte bak is zoals eerder gezegd ook nog nodig om bestuiving door insecten mogelijk te maken.

Het is handig om de meloenen die zich ontwikkelen op een plankje of tegel te leggen: zo blijven ze droog en rotten ze niet. Als watermeloenen eenmaal groot genoeg zijn geef dan niet zo vaak en niet zo veel meer water, voldoende voor de plant om te leven en te groeien maar de watermeloenen zelf zijn groot genoeg; die hoeven alleen nog maar te rijpen.

Het is heel moeilijk te zeggen wanneer een watermeloen oogstrijp is. Er zijn geen zichtbare tekenen die aangeven dat de vrucht kan geoogst worden. Als je bij het steeltje de watermeloen iets kan indrukken en de schil veert mooi terug kan je oogsten. Evenzo wanneer de meloen hol klinkt wanneer je met de handpalm op de vrucht klopt. Een licht waarneembare meloengeur is ook een indicatie. Een watermeloen zal ook niet zo snel ‘overrijp' worden.

Groenten

Meloen: andere varianten