• Venkel

Venkel is oorspronkelijk afkomstig uit Azië en via middeleeuwse handelsroutes naar Europa vervoerd. De wetenschappelijke naam (Foeniculum vulgare) verwijst naar het Latijnse woord voor hooi en duidt op de fijnheid van de bladeren. De teelt van venkel werd vroeger voornamelijk in de landen rond de Middellandse Zee aangetroffen.

Venkel ziet eruit als een witte bol maar is in werkelijkheid een opeenstapeling van de bladscheden.

De plantafstand voor venkel is 30 cm x 30 cm of zo'n 10 à 11 planten/m².
Je plant de venkelplantjes niet te diep: de stengelbasis (je ziet dikwijls al een kleine verdikking) moet boven de grond blijven.

Venkel houdt van een vochthoudende, humusrijke grond. Bemest de grond voor het planten met een samengestelde meststof (NPK) met een hoog kaliumcijfer (K)

Venkel kan slecht tegen droogte en daarom is regelmatig water geven bij dit gewas erg belangrijk. De periode vlak na het uitplanten en het begin van de bolvorming zijn twee belangrijke momenten voor de watergift. Om doorschieten en het barsten van de bollen te vermijden dient de groei van het gewas en de ontwikkeling van de bollen zo gelijkmatig mogelijk te verlopen.

In de vollegrond kan venkel van ongeveer 15 juni tot aan de vorst in de herfst worden geoogst. Venkel behoort tot de groep van de lange-dagplanten. Dit betekent dat lange dagen (langer dan 13 uur licht) de bloemaanleg bevorderen en korte dagen dit proces vertragen. De groei van het gewas en de ontwikkeling van de bollen dient zo gelijkmatig mogelijk te verlopen. Daarom zijn zeer warme zomers ongunstig en koele, niet te natte zomers voordelig voor het gewas.

Voor een goede groei van venkel zijn temperaturen van 15-19 graden Celsius optimaal. Temperaturen boven de 24 graden Celsius en beneden de 7 graden Celsius remmen de groei. Venkel is een vorstgevoelig gewas, dus als je zeer vroeg uitplant moet je steeds één oog op de thermometer houden en eventueel het gewas afdekken. Dit vroege uitplanten verhoogt trouwens de kans op opschieten.

De Allégrow venkelplanten worden warm en belicht opgekweekt om schot te voorkomen maar koude weersomstandigheden na het uitplanten resulteren in een groeistilstand wat dan op zich weer schotvorming in de hand werkt. Denk je dit te omzeilen door een stuk later te planten dan kan hetzelfde probleem zich voor doen bij hoge temperaturen. Boven de 25°-26° planttemperatuur stopt de plant eveneens met groeien. In dat geval spreken we over "warmteschot". De herfstteelt van knolvenkel is de makkelijkste teelt, je kan planten tot 15 augustus.

De groente is snel gaar en licht verteerbaar. Venkel is niet alleen warm te bereiden, maar kan je ook rauw eten. Snipper zeer fijn en meng in salades. De smaak en geur van knolvenkel is anijsachtig, een beetje zoet maar toch pittig en fris. Je gerechten krijgen er een zuiders tintje mee.

De fijne blaadjes kan je als garnering en smaakgever gebruiken. Ook in combinatie met visgerechten kan je venkelgroen gebruiken

De zaden van venkel zijn reeds van in de oudheid bekend om hun geneeskrachtige werking en ze worden op verschillende manieren tot medicijn verwerkt.

De krachtigste vorm daarvan is de venkelolie, die uit de zaden wordt geperst. Een andere mogelijkheid is het trekken van extracten uit de zaden.

Venkelzaad kan onder meer helpen bij darmproblemen en menstruatiestoornissen. Ook wordt het gebruikt om borstvoeding te stimuleren aangezien de etherische olie die van de zaden wordt gemaakt een grote hoeveelheid anethol (fyto-oestrogeen) bevat.

Oogst de knolvenkel als ze ongeveer een tennisbal groot zijn, een goed gewicht schommelt tussen de 200 en 300 gram. Te grote bollen kunnen barsten en worden al snel te vezelig en taai. Vanaf begin november kunnen we de herfstteelt nog wat beschermen tegen de vorst door af te dekken.

Je kan geoogste venkel nog enkele weken op een koele plaats bewaren.

Konijnen houden van de typische smaak van venkel. Scherm je venkelplanten extra af zodat hazen en konijnen geen kans krijgen.

Plant je de venkel te dicht op elkaar dan kan je al wel eens problemen krijgen met botrytis. Dit is een wit-grijze schimmelpluis op de knol. Voorzichtig oogsten (de schimmelpluis zit vol met sporen) en het zieke gedeelte wegsnijden.

Als je te lang wacht met oogsten kan het zijn dat de bol gaat openbarsten. De wonden die daarbij ontstaan zijn ideale invalspoorten voor schimmels. Als er na een droogteperiode plots veel regen komt kan de knol eveneens openbarsten. Gebarsten knollen zo spoedig mogelijk oogsten.