• Veldsla

  • Veldsla

Oorspronkelijk groeide veldsla in zijn wilde vorm op de heuvels in alle Franse streken.

Veldsla heeft een nootachtige smaak en kan zowel gestoofd als rauw gegeten worden.

Hoewel de naam ons anders laat vermoeden is het geen sla maar een plant uit de kamperfoeliefamilie. Er zijn 2 soorten veldsla: breedbladige en rondbladige (roosjes) soorten.

Veldsla kan je zowel in volle grond als in de koude bak of in de serre telen. Houdt er wel rekening mee dat veldsla in de volle grond en geteeld in het najaar wel eens problemen kan hebben met rot na vorstschade.

Allegrow biedt een rondbladige variëteit veldsla aan die uitermate geschikt is voor de buitenteelt daar ze een graadje vorst kan verdragen. Dek de veldsla toch maar af wanneer met voorspellingen doet van meer dan -2 graden vorst aan de grond.

Nagenoeg elke grondsoort is geschikt voor veldsla maar bij een zuurdere grond kan je beter wat kalk strooien. Wat compost onderspitten zorgt voor een luchtigere bodem.

Zet je de veldsla in het najaar in de serre als vervolgteelt, zorg dan voor wat extra voeding.

Plant de veldsla op bedden indien je een weinig waterdoorlatende bodem hebt.
Omdat er geen andere groenten zijn van de veldslafamilie hoef je met vruchtwisseling geen rekening te houden behalve natuurlijk dat je geen twee jaar achtereen op dezelfde plaats kan telen.

Veldsla is rijk aan vitamines en minerale zouten zoals vitame C, E en B9, bètacaroteen en essentiële vetzuren.

Plant veldsla wekelijks met kleinere hoeveelheden, zo heb je constant verse blaadjes voorhanden.

Oogst de veldsla als de plantjes ongeveer 10 cm groot zijn.

Veldsla kent enkel wat problemen met slakken en rot van de onderste bladeren.
Door de veldsla te beschutten tegen de regen, of bij de teelt onder glas, goed te luchten en de plant te laten opdrogen kan u rot door de grijze schimmel (Botrytis) voorkomen.