• Snijboon

  • Snijboon

  • Snijboon

De snijboon is een peulvrucht met brede, platte peulen die een zoete smaak en uitgesproken aroma hebben. 

Oorspronkelijk komt de snijboon van Centraal- en Zuid Amerika.

De oude rassen hebben taaie draden, daarom worden de peulen overdwars in reepjes gesneden. Hiervan komt de naam ‘snijboon’. De nieuwere rassen zijn meestal draadloos en moeten niet noodzakelijk fijn gesneden worden voor het klaarmaken. 

Staaksnijbonen worden aan stokken of touwen geteeld, voorzie een minimumhoogte van 2.50 meter. De plantafstand kan variëren, zorg voor minimum 40 cm in de rij en 100 cm tussen de rijen. 

Bonen houden niet van mest maar wel van compost. Ze groeien op de meeste grondsoorten, zolang deze maar niet te zuur is. In dit geval moet je zeker kalk gebruiken.

Kies een zonnig plekje in de tuin, daar het warmteminnende planten zijn. Bonen verdragen absoluut geen nachtvorst. Wacht dus met het uitplanten tot na 10-15 mei.

Gebruik zoals gezegd flink wat compost bij het klaar maken van het perceel. Door struikbonen op verschillende tijdstippen uit te planten kan je de oogst spreiden.

Omdat bonen niet van een te vochtige grond houden, moet je ook bij warm en droog weer slechts om de twee dagen water geven.

Bonen pluk je best jong en mals.

In de zomer moet er zeker 2 keer per week geplukt worden. Regelmatig plukken zorgt voor een langere en rijkere oogst.

Het heerlijkst is om de geoogste bonen nog dezelfde dag te eten, maar je kunt ze ook een paar dagen op een koele plaats bewaren (liever niet in de koelkast want deze is eigenlijk net iets te koud).

Snijbonen zijn geschikt om na het blancheren in te vriezen.

Bij bonen kunnen we nogal eens af te rekenen hebben met zwarte luis die de teelt volkomen doet mislukken. Tijdig passende maatregelen treffen hiertegen is zeker nodig. Contacteer hierover uw tuincenter.

Snijbonen kunnen klaargemaakt worden zoals andere bonen: koken, stomen of roerbakken. 

Om de kleur en smaak te behouden is het aangeraden de bonen eerst kort te blancheren.

De nieuwe malse rassen moeten niet noodzakelijk fijn gesneden worden en kunnen indien gewenst in hun geheel klaargemaakt worden.