• Prei

  • Prei

Prei is een plant uit de lookfamilie en groeit in het wild in de kustgebieden van Noord-Afrika, Zuid-Europa en de Kaukasus. De groente was reeds gekend in de oudheid: zowel Egyptenaren, Grieken als Romeinen waren reeds preikwekers. In Rome werden de bedrijven waar prei gekweekt werd porrineae genoemd. Keizer Nero was zo'n liefhebber van prei omdat hij ervan overtuigd was dat het zijn stemkwaliteit naar een hoger niveau zou brengen. Nu wordt er zowat over de hele wereld prei geteeld.

De plant is opgebouwd uit bladscheden die over elkaar gevouwen zitten. Zolang zij met grond bedekt zijn vormen zij het witte gedeelte van de prei.

We onderscheiden bij prei twee types: de zomer/herfstprei en de winterprei.
- De zomer-herfstprei moet warm en belicht opgekweekt worden anders komt hij te snel in zijn generatieve fase, wat betekent dat hij doorschiet en een bloem zal maken. De zomerprei van Allégrow, reeds gezaaid in december, staat in verwarmde serres onder licht van 6000 lux, wat vergelijkbaar is met het zonlicht op een zomerse middag! Dit type prei is wat groter en groeit relatief snel.
- De winterprei is een korter gedrongen type dat vrij sterk is tegen vorst.

Prei houdt van een rijke, luchtige bodem die toch goed zijn vocht vasthoudt.
Je kan eventueel het blad van de preiplant wat inkorten om de periode na het planten minder verdamping te hebben.

Plant de preiplanten in een plantgat van ± 20 cm op een afstand van 10-15 cm in de rijen en 30-40 cm tussen de rijen. Zorg dat het hart van de plant nog net boven de grond uitkomt.

Direct na het planten giet je de prei aan met water. Je hoeft de gaten niet dicht te maken, weer en wind doen dit voor jou. Later op de teelt kan je eventueel de prei nog wat aanaarden om langere witte schachten te bekomen.

Maak tijdens de teelt regelmatig de bodem tussen de planten los met schoffel of tand-eg. Je doet er best aan om winterprei in september nog een keertje bij te bemesten met een samengestelde meststof met een hoog kalicijfer (K), bv. 10-12-18

Prei kan je oogsten naar behoefte. Op het laatste van het seizoen oogst je wat er nog rest en dit kan je perfect invriezen. Let wel op want de pakjes prei in je vriezer geven hun typische preigeur af aan andere producten in je vrieskast. Gebruik eventueel een dubbel zakje.

Omdat ui, sjalot en look eveneens tot het geslacht Allium behoren is een goede vruchtafwisseling heel belangrijk (1 op 4!)

Een prei gezond tot aan de meet brengen in niet zo evident omdat er nog al wat belagers op vinkenslag zitten.

Een veel voorkomende schimmelziekte bij prei is roest, kleine oranje -bruine sporenhoopjes. Hoewel deze schimmel gewoonlijk slechts de groene gedeelten van de prei aantast kan een behandeling toch aangewezen zijn.

Ook papiervlekkenziekte is een regelmatig optredend probleem.

Wat insecten betreft krijg je het meeste of het makkelijkste bezoek van trips, preivlieg en uienvlieg.

Tripsaantasting herken je aan de fijne zilverachtigestrepen op het blad. Ook hier is de schade vrij minimaal, alleen het groenegedeelte oogt wat minder mooi. In de herst zal de druk van trips gevoelig afnemen.

De rups van de preimot vreet gangen in het blad met een voorliefde voor de hartbladeren (de gangen zijn breder dan de gangen van de mineervlieg). Bij een ernstige aantasting sterft de plant volledig af.

De made van de uienvlieg tast vooral de voet van de plant aan waardoor de bladeren in eerste instantie geel worden om later af te sterven. Vraag advies in uw tuincentrum.