• Potimarron

  • Potimarron

De potimarron is een type pompoen, iets kleiner en donkerder van schil. In gerechten komt de smaak van een potimarron nog beter tot zijn recht, iets fijner en zachter van smaak dan de gemiddelde gewone pompoen.

In Midden- en Zuid-Amerika werden al tussen 9000 en 7000jaar voor Christus pompoenen verbouwd en pas in de 16e eeuw werd de pompoen voor heteerst in Europa geïntroduceerd.

Pompoenen worden in een aantal traditionele gerechten verwerkt zoals pompoentaart, pompoenbrood en pompoensoep.
Ook de oliehoudende zaden van de pompoen kunnen geroosterd gegeten worden en zijn lekker als borrelhapje of om mee te bakken in een meergranenbrood.

De pompoen is een plant die erg gevoelig is voor nachtvorst, dus zeker niet te vroeg uit planten. Normaal gezien kan je vanaf half mei zonder risico buiten planten. Hou er ook rekening mee dat de plant veel ruimte nodig heeft.

De pompoen groeit het beste in een zonnige omgeving omdat hij wel van warmte houdt. Om die redenen is het uitplanten op een composthoop zeker geen slecht idee, de warmte die vrijkomt bij het composteren is een weldaad voor de pompoen (dit geldt uiteraard ook voor patisson).

Voor het beste resultaat top je de plant van zodra hij ongeveer een halve meter groot is, zodat hij zijscheuten kan vormen. Houdt 2 tot 3 zijscheuten aan. Wanneer de plant een aantal vruchten heeft aangelegd dan kan je beter de steeds opkomende zijscheuten weg halen zodat alle energie van de plant naar de vruchten kan gaan.

Pompoenen hebben veel water nodig, probeer dus de grond vochtig te houden maar ook weer niet te nat. Bij zeer warme dagen is het raadzaam om zelfs tot tweemaal per dag water te geven, de grote bladeren verdampen immers enorm veel.

Pompoenen kunnen echt niet tegen nachtvorst, dus hou het weerbericht in het oog en oogst zeker voor de eerste herfstnachtvorst. Lichte vorst kan al fataal zijn.
Pompoenen dien je in een vroeg stadium te oogsten. Bij te grote vruchten gaat de smaak immers achteruit. Het ideale moment om pompoenen te oogsten is eind augustus, begin september. Een pompoen is rijp wanneer op de vruchtstengel overlangs strepen verschijnen, deze strijpen lijken een beetje verkurkt te zijn.
Als je de pompoen gaat oogsten laat dan altijd een steeltje van een centimeter of vier aan de pompoen zitten, dit komt de bewaarbaarheid ten goede.
Oogst pompoenen voorzichtig om beschadiging, en dus naar alle waarschijnlijkheid in een later stadium ook verrotting, te voorkomen. Bewaar pompoenen op een droge, niet te koude plaats. Zo kan je ze tot wel vier maand bijhouden.

De belangrijkste ziekte in pompoenen is meeldauw. Deze ziekte is te herkennen aan de witte vlekken op het blad. Meeldauw treedt meestal later in het seizoen op. Het blad zal afsterven maar je zal er nagenoeg geen productieverlies onder lijden.