• Patisson

  • Patisson

De patisson is een pompoen-achtige vrucht (Cucurbitapepo). Patissons zijn ongeveer 15 tot 20 cm groot, wit, geel of groen van kleur en hebben een puntige vorm. Ze worden ook wel eens keizers-, bisschops- of prinsenmuts genoemd.

Zoals alle komkommerachtigen is deze vrucht afkomstig uit Zuid- en Centraal-Amerika. Onder meer de Inca's konden hem - gemengd met maïs en groene bonen - erg waarderen. Ook Colombus is de vrucht niet ontgaan, want hij stopte aardig wat plantgoed in zijn galjoen richting Spanje. Toen de patisson op het Iberisch schiereiland aankwam, werd hij eerst gebruikt als siervrucht.

Als klein neefje van de pompoen mocht hij al vlug veel tuintjes en decors helpen versieren. Ook in de moestuin is onze patisson een vrij decoratieve kruipplant met mooie grote oranje bloemen, waaruit de vrucht tevoorschijn komt.

De patisson is een plant die erg gevoelig is voor nachtvorst, dus zeker niet te vroeg uit planten. Normaal gezien kan je vanaf half mei zonder risico buiten planten. Hou er ook rekening mee dat de plant veel ruimte nodig heeft.

De patisson groeit het beste in een zonnige omgeving omdat hij wel van warmte houdt. Om die redenen is het uitplanten op een composthoop zeker geen slecht idee, de warmte die vrijkomt bij het composteren is een weldaad voor de pompoen (dit geldt uiteraard ook voor patisson).

Voor het beste resultaat top je de plant van zodra hij ongeveeer een halve meter groot is, zodat hij zijscheuten kan vormen. Houdt 2 tot 3 zijscheuten aan. Wanneer de plant een aantal vruchten heeft aangelegd, kan je beter de steeds opkomende zijscheuten weg halen zodat alle energie van de plant naar de vruchten kan gaan.

Patissons hebben veel water nodig, probeer dus de grond vochtig te houden maar ook weer niet te nat. Bij zeer warme dagen is het raadzaam om zelfs tot tweemaal per dag water te geven, de grote bladeren verdampen immers enorm veel.

Men kan patissons bereiden zoals pompoenen. Men kan er dus soep van koken of vullen met bijvoorbeeld gehakt als ovenschotel. Patissons zijn echter ook eenvoudig in de microgolfoven gaar te krijgen en smaken heerlijk bij vis.

Je kan ze ook als siervrucht gebruiken, bijvoorbeeld in bloemstukken. De patisson heeft een delicate smaak, maar toch blijft ook op het bord zijn decoratieve karakter een grote rol spelen.

Zowel de grotere als de mini-patissons kan je uitlepelen en vullen met soep of allerhande lekker bereide stoofpotjes. In dat geval snij je gewoon van de bovenkant een breed, plat deksel af. Van de onderkant kan je een dun plakje snijden, zodat hij makkelijker recht blijft staan.

Je kan het beste de patissons oogsten met een mes wanneer de vruchten ongeveer 15 tot 20 cm groot zijn. Door een relatief lang steeltje aan de vrucht te laten kan je de patisson langer bewaren.

Je kan ook zeer kleine vruchtjes oogsten die uiteindelijk nog het lekkerst van smaak zijn. Houd de kleine vruchtjes wel in het oog want op enkele dagen zullen zij uitgroeien tot forse vruchten en de plant volledig uitputten.

De belangrijkste ziekte in pompoenen is meeldauw. Deze ziekte is te herkennen aan de witte vlekken op het blad. Meeldauw treedt meestal later in het seizoen op. Het blad zal afsterven maar je zal er nagenoeg geen productieverlies onder lijden.