• Knolselder

  • Knolselder

  • Knolselder

Knolselder is een gewas met een vlezige wortelknol en donkergroen, sterk aromatisch blad en holle stengels.

Deze groente heeft een lange groeiperiode en is niet winterhard. De knol, bruingeel van kleur, groeit voor een deel onder de grond. Het vruchtvlees is licht van kleur en heeft een milde, kruidige smaak.

Vooral de knol is bekend voor de teelt, maar je kunt net zo goed de bladeren eten in de soep bijvoorbeeld.

Selder behoort tot de familie van de schermbloemigen en is nauw verwant aan enkele andere, veel geteelde, groenten zoals onder andere peterselie, kervel en venkel.

Het is van nature een tweejarige plant die het eerste jaar bladeren vormt en het jaar erna bloeit en afsterft.

Van knolselder wordt meestal alleen de verdikte wortel gebruikt.

Selder vraagt om te kiemen en in een jong stadium een warme opkweek, anders gaat hij doorschieten. De eerste 6 weken na het zaaien moet selder daarom opgekweekt worden bij een temperatuur van ongeveer 20°C. Nadien is deze kritieke fase voorbij.

Wil je dus vroeg op het jaar selder telen moet je zeker zijn van kwaliteitsplanten die op de juiste wijze zijn opgekweekt. Allégrow kan u dit garanderen.

Selder vraagt een rijke en goed vochthoudende grond. Hij groeit het beste op zware gronden. Om op lichte gronden succesvol selder te telen moet voldoende humus aan de grond worden toegevoegd zodat vocht en voedingsstoffen beter worden vastgehouden.

Geef op voorhand een goede basisbemesting van bij voorkeur organische meststoffen. Let echter op met verse stalmest, dit verhoogt de kans op bladvlekkenziekte.

Knolselder is iets minder koudegevoelig dan gewone selder. Je kan buiten planten vanaf eind maart tot 20-25 mei. Wanneer je te laat plant zal de plant het moeilijk krijgen om een dikke knol te vormen.

Plantafstand: 50 x 40 cm. Deze op het eerste zicht ruime plantafstand heb je echt wel nodig om de knollen goed te laten uitdikken.

Zorg dat bij het uitplanten de bovenkant van de perspot op gelijke hoogte zit met de grond. Door te diep te planten kan het hart verstikken en de plant afsterven. Bij te ondiep planten staan de planten te los en zullen ze bovendien sneller uitdrogen.

Druk bij het planten de grond goed aan rond de plantjes en geef water zodat de plant direct 'aanslaat'.
Zorg ook tijdens de groei steeds voor voldoende water.

Bij een groeivertraging of bij veel regen tijdens de teelt kan best worden bijgemest.

Let op bij het oogsten, sommige mensen zijn allergisch aan het sap van selder, het kan branderige rode vlekken op de huid veroorzaken.

Knolselder kan als volwassen plant redelijk goed tegen koude en kan tot eind november geoogst worden. Dek wel af bij echte vorst..

Selder is vooral gevoelig voor roest of bladvlekkenziekte: bruingele vlekken die verschijnen op de bladeren.
Dit komt vooral voor bij vochtig, warm weer. Verwijder aangetaste bladeren zo snel mogelijk om verdere infectie te voorkomen.

Je kan knolselder op een droge, koele plaats gemakkelijk enkele weken bewaren.