• Aubergine

  • Aubergine

  • Aubergine

De aubergine (Solanum melongena) is een plant uit de nachtschadefamilie. Hij komt van oorsprong uit Birma en werd via Spanje in het midden van de 15de eeuw in Europa ingevoerd.

De vrucht heeft een glanzende donkerpaarse schil en bijna wit vruchtvlees.

Het meeste kans op slagen bij de kweek van aubergine hebt u wanneer u gebruikt maken van een serre. Onder de 20° houdt de plant het voor bekeken en stopt gewoonweg met groeien. Wil je ze toch buiten in de volle grond kweken, zoek dan het warmste en zonnigste plekje in de tuin uit. Het dieven bij aubergine lijkt een mix van de snoei bij paprika en het dieven bij tomaten.

Net als paprika groeit aubergine met één stengel, tot op een bepaald moment het eerste bloempje verschijnt. Dit is zowat na zes bladeren.
Als de eerste bloem zichtbaar is, dan zijn erop de hoofdstengel al heel wat zijscheutjes te zien. Net zoals bij paprika moeten ze verwijderd worden. Daarna heb je één hoofdstengel met enkel nog de bladeren eraan.
Let goed op waar het bloempje zich bevindt, want de zijscheut net onder het bloempje wordt niet verwijderd! Deze scheut gebruiken we als eerste extra stengel. Eventueel kan je het eerste bloempje uit de plant verwijderen waardoor je de plant eerst wat extra groeikracht geeft. Op die manier kan je later een grotere oogst hebben en een sterkere plant.

Later wordt veelal nog een derde zijscheut aangehouden, dit is de volgende die op de hoofdstengel komt. Wil je minder problemen met de groeikracht van de plant, of heb je toch voldoende planten, dan is twee stengels per plant ook een goede keuze.

Aanbinden bij aurbergine is niet zo dringend, want de stengel is, integenstelling tot tomaat, stevig en houterig. Als duidelijk is welke stengels uiteindelijk zullen worden overgehouden, kan je deze ondersteunen met een touw dat je ophangt in de dakconstructie van de serre. Met een lange bamboestok kan je aubergine ook heel makkelijk ondersteunen.

Er zullen steeds nieuwe zijscheuten blijven komen. Tot de bloei van de eerste vier bloemen worden ze helemaal verwijderd. De zijscheuten die later ontstaan worden getopt op één tot twee bladeren. Het komt veel voor dat deze zijscheuten bijna niet uigroeien, dan is zelfs toppen niet nodig.

De aubergine is een zelfbestuiver. In de serre kan je best, bij gebrek aan voldoende insecten, regelmatig eens met een stok tegen de stam van de plant tikken om het stuifmeel los te maken.

Aubergine houdt van een zeer voedzame grond. Werk dus voldoende oragnisch materiaal in de grond voor het planten. Strooi ook een kleine hoeveelheid kunstmest (zie verpakking voor dosering). Tijdens de teelt, als de vruchten beginnen te groeien, is het ideaal om telkens wat meststoffen, neem een kaliumrijke meststof, in het gietwater op te lossen.

De licht bittere tot neutrale smaak maakt de aubergine uitermate geschikt om te combineren met zeer veel ingrediënten.Om eventuele bitterheid tot een minimum te herleiden kan men de in plakken gesneden groente bestrooien met zout en een uurtje laten rusten, daarna onder koud stromend water afspoelen en droogdeppen.

Opgelet:

Eet een aubergine nooit rauw! De vrucht bevat solanine wat maag- en darmklachten kan veroorzaken. Door verhitting wordt het solaninegehalte fel tot een veilige grens gereduceerd.

Oogst aubergine onrijp. Rijpe vruchten worden rimpelig en smaken niet meer lekker. Je oogst ze best als ze zachtjes in te drukken zijn. Snij de aubergine van de plant af met een scherp mes. Een regelmatige oogst zorgt ervoor dat de plant niet te zwaar belast wordt zodat hij regelmatig nieuwe vruchten kan aanmaken.